A+ R A-

Duurzaam

BREEAM, LEED, GreenCalc+ en Eco-Quantum?
Sinds 1995 werken we met de Energie Prestatie Berekening (EPC) om het energieverbruik vast te leggen. Met de introductie van de energieprestatienormen is er een start gemaakt met energiezuinig ontwerpen. De bouwwereld kan zelf kiezen met welke maatregelen de vereiste energiezuinigheid van een gebouw wordt gerealiseerd. Een klimaatplafond levert een uitstekend systeemrendement op omdat water de enige energiedrager is. Het rendement wordt nog eens verstevigd dankzij de relatief hoge watertemperatuur waarmee wordt gekoeld en de lage watertemperatuur waarmee wordt verwarmd. Omdat de energieprestatie-eisen voor gebouwen in de toekomst verder worden aangescherpt, biedt een klimaatplafond in de toekomst meer en meer een passende oplossing.
Naast de EPN zijn er nieuwe milieubeoordelingsmodellen ontwikkeld om de milieuprestaties van gebouwen te kunnen meten. In Nederland zijn dat BREEAM, LEED, GreenCalc+ en EcoQuantum, maar het is goed om te weten dat er in de wereld vele rekeninstrumenten en beoordelingskaders bestaan.

  • BREEAM (BRE Environmental Assessment Model) is ontwikkeld door de Building Research Establishment (BRE), de Britse TNO.
  • LEED staat voor Leadership in Energy & Environmental Design. Het is sinds 2000 ontwikkeld, op basis van BREEAM, door de United States Green Building Council.
  • GreenCalc is in opdracht van de Rijksgebouwendienst ontwikkeld door de Stichting Sureac (met DGMR, het NIBE en NUON), aanvankelijk voor de beoordeling van utiliteitsgebouwen. GreenCalc+, de opvolger, is geschikt voor kantoren, scholen en woningen.
  • Eco-Quantum is ontwikkeld door IVAM Environmental Research en W/E Adviseurs Duurzaam Bouwen. Dit model is gelanceerd in 1999 na een testperiode door architecten en gemeenten. Het instrument is vooral bedoeld om woningontwerpen milieu technisch te verbeteren en niet om een prestatiescore te berekenen.


HC KP wil geen waardeoordeel vellen over de verschillende instrumenten. We willen wel aangegeven welke invloed een klimaatplafond op de verschillende modellen/instrumenten heeft. Hier volgt een opsomming, in willekeurige volgorde, van de facetten die in deze modellen/instrumenten kunnen worden meegenomen:

  • energie CO2
  • materialen en grondstoffen
  • waterefficiëntie
  • management
  • werk- en leefomgeving
  • transport
  • afval
  • vervuiling
  • landgebruik en ecologie


Uit bovenstaande opsomming blijkt dat nogal wat aspecten een rol spelen: energieverbruik, milieuconsequenties, uitputting van ruwe materialen en comfort. Het kimaatplafond scoort goed op het vlak van energieverbruik en comfort. Daarnaast is materiaalkeuze ook een factor die niet over het hoofd moet worden gezien. Om te bepalen of ander materiaal kan leiden tot afname van het energiegebruik over de gehele product-levensketen, is het nodig om het intrinsieke energiegebruik van een materiaal of (half)product te bepalen. Dus de primaire energie die nodig is voor de productie van het materiaal of (half)product (de zogenoemde GER-waarde). Ook voor het recyclen van grondstoffen kan met een GER-waarde worden aangeduid.

Een klimaatplafond kan uitgevoerd worden met diffusiedicht kunststof. Het kost niet alleen minder energie (MJ/kg) om deze kunststof te vervaardigen, maar ook om het te recyclen. In de meeste gevallen is kunststof weer volledig te recyclen. Daar waar diffusiedichtheid in het verleden tot de nodige discussies heeft geleid, is inmiddels al bewezen dat de huidige generaties kunststofactivering, als het gaat om diffusiedichtheid, ruimschoots binnen de voorgeschreven normen blijven. Toepassing van een extra platenwisselaar tussen het primair en secundair systeem is dus niet langer noodzakelijk.