A+ R A-

Constant Air Volume

De ronde voordruk onafhankelijke CAV-unit is geschikt voor de doorlaat van een constante luchthoeveelheid. De CAV-unit bepaalt de hoeveelheid lucht naar de ruimte onafhankelijk van  de koellast. Het luchtvolume wordt éénmalig ingesteld op een vaste waarde.  Klik hier voor meer informatie
De ronde voordruk onafhankelijke CAV-unit is geschikt voor de doorlaat van een constante luchthoeveelheid. De CAV-unit bepaalt de hoeveelheid lucht naar de ruimte onafhankelijk van de koellast. Het luchtvolume wordt éénmalig ingesteld op een vaste waarde.

Technische eigenschappen

· Voordrukonafhankelijk
· Lage eigen weerstand
· Lage geluidsproductie
· Korte inbouwlengte
· Ovale luchtregelklep voor goede regelkarakteristiek
· Fabrieksmatige luchtvolume instelling
· Luchtvolume na te stellen (± 10%)

Werkingsprincipe

Boven het verlaagde plafond van de te conditioneren ruimte wordt in de aftakking van het hoofdkanaal de CAV-unit gemonteerd. Deze CAV-unit kan optioneel worden uitgevoerd met een distributieplenum voorzien van meerdere ronde uitlaten en een naverwarmingsbatterij. Middels akoestische slangen worden één of meerdere inblaasroosters aangesloten ten behoeve van de luchtverdeling in de ruimte. De CAV-regelaar wordt mechanisch ingesteld op het gewenste luchtvolume.
Wanneer er een naverwarmingsbatterij is gemonteerd, wordt er op het plenum een regelaar gemonteerd en in de ruimte of zone wordt een ruimtethermostaat met temperatuuropnemer en setpointinstelling gemonteerd. Wanneer de ruimtetemperatuur te laag wordt, zal de regelaar de afsluiter van de naverwarmingsbatterij opensturen zodat de lucht wordt naverwarmd en de ruimte op de ingestelde temperatuur blijft. Bij het selecteren is het belangrijk rekening te houden met het minimale luchtvolume waarbij de inblaasroosters goed functioneren. Bij een te lage luchthoeveelheid is de doorspoeling onvoldoende of valt de lucht uit het rooster (tocht).

Luchtdistributie

Het uiteindelijke thermische comfort in de ruimte wordt naast de juiste, op de interne- en externe belasting afgestemde, vaste luchthoeveelheid en variabele inblaastemperatuur bepaald door de inblaasroosters.
Bij de roosterselectie dient er rekening gehouden te worden met het minimale en maximale luchtvolume ter voorkoming van "dumping", onvoldoende doorspoeling of te hoge luchtsnelheden in de bezette zone.
Naast het selecteren van de juiste modelgrootte is ook de positie van het rooster in het plafond bepalend voor een juiste luchtdistributie.

Regelkarakteristiek

Aangezien er sprake is van een constant-volumesysteem is de luchthoeveelheid in alle gevallen 100%. Onderkoeling van de ruimte bij gebrek aan belasting kan voorkomen worden door het toepassen van een naverwarmer.

Systeembeoordeling

· 100% verse buitenlucht mogelijk
· Gemiddeld comfort niveau
· Laag geluidniveau
· Geringe afmetingen
· Eenvoudige montage
· Flexibele ruimte indeling
· Eenvoudig te bedienen
· Onderhoudsvrij
· Lange levensduur hardware (= 20 jaar)

Constant Air Volume - inductie

De voordrukonafhankelijke constant volume-inductie unit induceert plenum- en/of ruimtelucht in de primaire luchtstroom. Het luchtvolume wordt éénmalig ingesteld op een vaste waarde. De CAV-I unit reageert op een gewijzigde belasting in de ruimte door het inschakelen van de naverwarmingsbatterij. Klik hier voor meer informatie.
De voordrukonafhankelijke constant volume-inductie unit induceert plenum- en/of ruimtelucht in de primaire luchtstroom. Het luchtvolume wordt éénmalig ingesteld op een vaste waarde. De CAV-I unit reageert op een gewijzigde belasting in de ruimte door het inschakelen van de naverwarmingsbatterij.

Technische eigenschappen

· Voordrukonafhankelijk
· Lage eigen weerstand
· Lage geluidsproductie
· Goede inductie
· Geringe inbouwhoogte
· Opgebouwd in één behuizing
· Met ingebouwde naverwarmingsbatterij
· Lage primaire luchttemperatuur

Werkingsprincipe

Boven het verlaagde plafond van de te conditioneren ruimte wordt in de aftakking van het hoofdkanaal de CAV-I unit gemonteerd. Deze CAV-I unit kan optioneel worden uitgevoerd met een distributieplenum voorzien van meerdere ronde uitlaten en een naverwarmingsbatterij. Middels akoestische slangen worden één of meerdere inblaasroosters aangesloten ten behoeve van de luchtverdeling in de ruimte. De CAV-I unit is niet voorzien van regelapparatuur om het luchtvolume te variëren op basis van de belasting in de ruimte. Door middel van een handinstelklep wordt het luchtvolume éénmalig ingesteld en is constant.

De unit is voorzien van een nauwkeurig luchtvolume meetorgaan type Flo-Cross®, hierop kan door middel van de naar buitengevoerde luchtslangen op eenvoudige wijze een volumestroommeting worden uitgevoerd. Wanneer de ruimtebelasting afneemt tot onder de door de gebruiker ingestelde ruimtetemperatuur zal de thermostaat de afsluiter van de naverwarmingsbatterij opensturen zodat de lucht wordt naverwarmd en de ruimte op temperatuur blijft. De CAV-I units zijn in een later stadium eenvoudig om te bouwen tot VAV-I unit door het plaatsen van een VAV-regelaar.

Luchtdistributie

De geconditioneerde lucht wordt door middel van één of meerdere inblaasroosters in de ruimte ingebracht. Aangezien het luchtvolume constant is, is de roosterselectie eenvoudig. De luchthoeveelheid wordt per ruimte op basis van de koellast bepaald. Bij de roosterselectie dient er rekening gehouden te worden met het minimale en maximale luchtvolume ter voorkoming van "dumping", onvoldoende doorspoeling of te hoge luchtsnelheden in de bezette zone.  Naast het selecteren van de juiste modelgrootte is ook de positie van het rooster in het plafond bepalend voor een juiste luchtdistributie.

Regelkarakteristiek

Aangezien er sprake is van een constant-volumesysteem is de luchthoeveelheid in alle gevallen 100%. Onderkoeling van de ruimte bij gebrek aan belasting kan voorkomen worden door het toepassen van een naverwarmer.

Systeembeoordeling

· 100% verse buitenlucht mogelijk
· Optimaal gebruik free cooling
· Ontvochtigde lucht
· Hoge koellast mogelijk
· Gemiddeld comfort niveau
· Laag geluidniveau
· Door lage primaire luchttemperatuur veel koelvermogen waardoor kleine kanalen
· Door de goede inductiewerking in combinatie met inducerende roosters geen tocht
· Geringe afmetingen
· Eenvoudige montage
· Flexibele ruimte indeling
· Eenvoudig te bedienen
· Lange levensduur (= 20 jaar)
· Onderhoudsvrij
Zeer eenvoudig op te waarderen tot VAV-I

Variabel Air Volume

De ronde voordruk onafhankelijke VAV-unit is geschikt voor het nauwkeurig meten en regelen van luchthoeveelheden. De VAV-unit regelt de luchthoeveelheid naar de ruimte afhankelijk van de koellast. Klik hier voor meer informatie
De ronde voordruk onafhankelijke VAV-unit is geschikt voor het nauwkeurig meten en regelen van luchthoeveelheden. De VAV-unit regelt de luchthoeveelheid naar de ruimte afhankelijk van de koellast.

Technische eigenschappen

· Voordrukonafhankelijk 
· Lage eigen weerstand
· Lage geluidproductie
· Korte inbouwlengte
· Ovale luchtregelklep voor goede regelkarakteristiek

Werkingsprincipe

Boven het verlaagde plafond van de te conditioneren ruimte wordt in de aftakking van het hoofdkanaal de VAV-unit gemonteerd. Deze VAV-unit kan optioneel worden uitgevoerd met een distributieplenum voorzien van meerdere ronde uitlaten en een naverwarmingsbatterij. Middels akoestische slangen worden één of meerdere inblaasroosters aangesloten ten behoeve van de luchtverdeling in de ruimte. Op de VAV-unit wordt een VAV-regelaar gemonteerd en in de ruimte of zone wordt een ruimtethermostaat met temperatuuropnemer gemonteerd. In de VAV-regelaar worden softwarematig het minimum en maximum luchtvolume, en wanneer er een naverwarmingsbatterij is gemonteerd ook het zogenaamde reheat minimum luchtvolume, ingesteld.
Bij het minimum luchtvolume zijn 2 criteria van belang, te weten, het minimaal benodigde verse lucht aandeel en het minimale luchtvolume waarbij de inblaasroosters goed functioneren. Bij een te lage luchthoeveelheid is de doorspoeling onvoldoende of valt de lucht uit het rooster (tocht). De gebruiker stelt op de ruimtethermostaat de gewenste ruimtetemperatuur in waarna de VAV-unit binnen de grenzen van het ingestelde minimum en maximum luchtvolume de betreffende ruimte op de ingestelde temperatuur houdt. Bij een stijgende ruimtebelasting (intern en/of extern) zal de hoeveelheid ingeblazen lucht toenemen. Wanneer de ruimtebelasting afneemt zal de hoeveelheid ingeblazen lucht afnemen.
Wanneer de ruimtebelasting afneemt en de VAV-unit bereikt zijn minimum stand zal, als de ruimtetemperatuur te laag wordt, de VAV-regelaar de afsluiter van de naverwarmingsbatterij opensturen zodat de lucht wordt naverwarmd en de ruimte op de ingestelde temperatuur blijft.

Luchtdistributie

Het uiteindelijke thermische comfort in de ruimte wordt naast de juiste, op de interne- en externe belasting afgestemde, luchthoeveelheid en inblaastemperatuur bepaald door de inblaasroosters. Bij de roosterselectie dient er rekening gehouden te worden met het minimale en maximale luchtvolume ter voorkoming van "dumping", onvoldoende doorspoeling of te hoge luchtsnelheden in de bezette zone. Naast de het selecteren van de juiste modelgrootte is ook de positie van het rooster in het plafond bepalend voor een juiste luchtdistributie.

Regelkarakteristiek

De regelkarakteristiek van de voordruk onafhankelijke VAV-unit is geheel lineair van 0 tot 100%. In de praktijk is een regelbereik van 0 tot 100% niet mogelijk aangezien geen enkel rooster een regelbereik van 0 tot 100% heeft. Het praktische regelbereik van een VAV-unit is 50 - 100%.

Systeembeoordeling

· 100% verse buitenlucht mogelijk
· individueel regelbaar
· Hoog comfort niveau
· Laag geluidsniveau
· Geringe afmetingen
· Eenvoudige montage
· Flexibele ruimte-indeling
· Eenvoudig te bedienen
· Onderhoudsvrij
· Lange levensduur hardware (= 20 jaar)
· Lange levensduur regelapparatuur en software (=10 jaar)
· Minder snel naverwarmen
· Opgenomen in netwerk
Eenvoudige koppeling met LEM en andere gebouwgebonden systemen middels LON

Variabel Air Volume - inductie

De voordrukonafhankelijke VAV-inductie unit induceert plenum- en/of ruimtelucht in de primaire luchtstroom waardoor onafhankelijk van de reductie van de primaire luchtstroom (VAV) een vrijwel constante luchthoeveelheid naar de ruimte wordt gevoerd. Het aantal luchtwisselingen en derhalve de doorspoeling van de ruimte is hiermee gegarandeerd en resulteert ook in extreme deellastsituaties in een optimaal thermisch comfort in de verblijfszone. Door de specifieke eigenschappen van deze unit kunnen zeer lage primaire luchttemperaturen worden toegepast, zonder dat er te grote temperatuurverschillen optreden tussen de inblaaslucht en de ruimtelucht. Klik hier voor meer informatie
De voordrukonafhankelijke VAV-inductie unit induceert plenum- en/of ruimtelucht in de primaire luchtstroom waardoor onafhankelijk van de reductie van de primaire luchtstroom (VAV) een vrijwel constante luchthoeveelheid naar de ruimte wordt gevoerd. Het aantal luchtwisselingen en derhalve de doorspoeling van de ruimte is hiermee gegarandeerd en resulteert ook in extreme deellastsituaties in een optimaal thermisch comfort in de verblijfszone. Door de specifieke eigenschappen van deze unit kunnen zeer lage primaire luchttemperaturen worden toegepast, zonder dat er te grote temperatuurverschillen optreden tussen de inblaaslucht en de ruimtelucht.

Technische eigenschappen

· Zeer groot regelbereik 
· Geschikt voor lage en zeer hoge koellasten
· Voordrukonafhankelijk
· Hoge inductie
· Lage eigen weerstand
· Lage geluidsproductie
· Compacte bouw
· Mogelijkheid ingebouwde naverwarmer
· Op te nemen in netwerk Variabel Volume Inductie

Werkingsprincipe

Boven het verlaagde plafond van de te conditioneren ruimte wordt in de aftakking van het hoofdkanaal de VAV-I unit gemonteerd. Deze VAV-I unit kan optioneel worden uitgevoerd met een distributieplenum voorzien van meerdere ronde uitlaten en een naverwarmingsbatterij. Middels akoestische slangen worden één of meerdere inblaasroosters aangesloten ten behoeve van de luchtverdeling in de ruimte.

Het systeem werkt met een zeer lage primaire luchttemperatuur waardoor het kanalenstelsel kleiner uitgevoerd kan worden. Doordat er (relatief warmere) lucht uit het plafondplenum of direct uit de ruimte in de primaire luchtstroom wordt geïnduceerd heeft de in de ruimte ingeblazen lucht de gewenste temperatuur. De hoeveelheid inductielucht is afhankelijk van de stand van de regelklep in de VAV-I unit (= hoeveelheid primaire lucht). Hoe kleiner de hoeveelheid primaire lucht des te groter de hoeveelheid inductielucht. Door dit principe is de secundaire luchthoeveelheid onder alle omstandigheden voldoende voor een goede ruimtedoorspoeling. Hierdoor vindt er geen "dumping" van de lucht over het inblaasrooster plaats (geen kans op tocht). Door dit principe is een goede ruimte doorspoeling te allen tijde gegarandeerd.
Op de VAV-I unit wordt een VAV-regelaar gemonteerd en in de ruimte of zone wordt een ruimtethermostaat met temperatuuropnemer en setpointinstelling gemonteerd. In de VAV-regelaar worden het minimum en maximum luchtvolume, en wanneer er een naverwarmingsbatterij is gemonteerd ook het zogenaamde "reheat" minimum luchtvolume, ingesteld. De gebruiker stelt op de ruimtethermostaat de gewenste ruimtetemperatuur in waarna de VAV-I unit binnen de grenzen van het ingestelde minimum en maximum luchtvolume de betreffende ruimte op de ingestelde temperatuur houdt.

Bij een stijgende ruimtebelasting (intern en/of extern) zal de hoeveelheid ingeblazen lucht toenemen. Wanneer de ruimtebelasting afneemt zal de hoeveelheid primaire lucht afnemen. Wanneer de ruimtebelasting verder afneemt en de VAV-I unit bereikt zijn minimum stand en de ruimtetemperatuur is te laag zal de VAV-regelaar de afsluiter van de naverwarmingsbatterij opensturen zodat de lucht wordt naverwarmt en de ruimte op temperatuur blijft. Doordat het regelbereik bij VAV-I zeer groot is zal pas bij de minimaal vereiste luchthoeveelheid ("verse lucht") eventuele naverwarming nodig zijn.

Luchtdistributie

Het uiteindelijke thermische comfort in de ruimte wordt naast de juiste, op de interne- en externe belasting afgestemde, luchthoeveelheid en inblaastemperatuur bepaald door de inblaasroosters. Door de inductiewerking is de bandbreedte waarbinnen de inblaasroosters moeten werken aanzienlijk kleiner dan bij VAV. Het selecteren van het juiste rooster is derhalve geen probleem. In de praktijk worden veelal geperforeerde - of wervelroosters toegepast omdat deze met name bij hoge belastingen uitstekend voldoen. Een recent klimaatkameronderzoek bij een onafhankelijk bureau (Peutz) heeft aangetoond dat tien luchtwisselingen zonder problemen met geperforeerde roosters gerealiseerd kunnen worden waarbij het binnenklimaat voldoet aan de normen.

Regelkarakteristiek

De regelkarakteristiek van de voordruk onafhankelijke VAV-I unit is voor de primaire lucht geheel lineair van 0 tot 100%. Omdat er een minimale luchtsnelheid over het Flo-Cross® meetorgaan benodigd is om een betrouwbaar meetsignaal te krijgen kan de primaire lucht niet tot 0% worden teruggeregeld. Het regelbereik van de primaire lucht is 20 - 100%. Door de inductiewerking is de secundaire luchthoeveelheid altijd minimaal 60%. Hierdoor is een goede ruimtedoorspoeling ook in deellast situaties gegarandeerd. Ook aan een ruimte die niet gebruikt wordt tijdens dagbedrijf dient een minimale verse luchthoeveelheid toegevoerd te worden ter voorkoming van bedomptheid.

Free Cooling

Door de hoge kwaliteit van dak- en gevelconstructies alsmede de lage U-waarde van glas dient er in moderne kantoorgebouwen ook bij lagere buitentemperaturen in het gebouw gekoeld te worden. Bij diepere vertrekken zal er zelfs in de wintersituatie gekoeld dienen te worden. Middels het VAV-inductie behoeft u geen koelmachines of drycoolers in te schakelen om in deze koelbehoefte te voorzien. Het VAV-inductie systeem maakt optimaal gebruik van free-cooling in combinatie met verse buitenlucht van de juiste temperatuur.

Het Nederlandse klimaat leent zich bij uitstek om de gratis in de buitenlucht aanwezige koelenergie te benutten voor gebouwklimatisering. Tijdens werkuren van maandag t/m vrijdag van 08:00 tot 18:00 is de verdeling van de buitenluchttemperatuur (bron referentie jaar 1964) als volgt::
Temperatuur  uren per jaar
< 12 ºC 1800
11 - 17 ºC 600
16 - 23 ºC 500
22 - 30 ºC 220

Van de 2570 bedrijfsuren kan er gedurende 1800 uur gebruik worden gemaakt van free-cooling. U behoeft dus niet te investeren in drycooler of dure winterregeling op uw koelmachine. Een luchtbehandelingkast met regelbare warmteterugwinning is voldoende. Bijkomend voordeel hiervan is 100% buitenlucht door de gebruiker als zeer comfortabel ervaren wordt. Onderzoeken wijzen uit dat men het klimaat als prettiger ervaart bij een grotere hoeveelheid "verse" lucht. Door het gebruik van een grotere hoeveelheid verse lucht is de kans op CO2 verhoging in de ruimte minimaal.

Systeembeoordeling

· 100% verse buitenlucht mogelijk
· Optimaal gebruik free cooling
· Individueel regelbaar
· Zeer groot regelbereik
· Hoog comfort niveau
· Ook bij deellast goede ruimte doorspoeling
· Ook bij verwarmen goede ruimte doorspoeling
· Door lage primaire luchttemperatuur veel koelvermogen waardoor kleine kanalen
· Energiezuinig
· Laag geluidsniveau
· Geringe afmetingen
· Eenvoudige montage
· Flexibele ruimte-indeling
· Eenvoudig te bedienen
· Onderhoudsvrij
· Lange levensduur hardware (= 20 jaar)
· Lange levensduur regelapparatuur en software (=10 jaar)
· Opgenomen in netwerk
· Eenvoudige koppeling met LEM en andere gebouwgebonden systemen middels LON
· Standaard overwerkregeling

Ventilatorconvector systeem

De productgroep Luchtverdeeltechniek van HC Barcol-Air produceert en levert ventilatorconvectoren met en zonder omkasting die geschikt zijn voor horizontale en verticale montage. Ventilatorconvectoren worden o.a. toegepast in renovaties, uitbreidings- en nieuwbouwprojecten. 

Technische eigenschappen

· Lage geluidsproductie 
· Warmtewisselaar met hoog rendement
· Eenvoudig regelbaar
· Ventilator met 6 snelheden
· Grote luchtvolume-range
· Geschikt voor hoge externe druk
· Geringe afmetingen met lage inbouwhoogte
· Filter eenvoudig te wisselen
· Modulair concept
· Lange levensduur

Werkingsprincipe

Boven het verlaagde plafond van de te conditioneren ruimte wordt de ventilatorconvector aan het bouwkundige plafond gemonteerd. De ventilatorconvector kan optioneel uitgevoerd worden met een distributieplenum voorzien van meerdere uitlaten, een naverwarmingsbatterij en een geluiddemper aan de aanzuigzijde. De unit kan eventueel voorzien worden van een "verse"-lucht aansluiting. Middels akoestische slang(en) of kanaalstuk worden één of meerdere inblaasroosters aangesloten ten behoeve van de luchtverdeling in de ruimte. Regeltechnisch worden drie van de zes ventilatorsnelheden aangesloten.

Op de ventilatorconvector wordt een FCU regelaar gemonteerd terwijl in de ruimte of zone een ruimtethermostaat met temperatuuropnemer en setpointverstelling wordt geplaatst. De gebruiker stelt op de ruimtethermostaat de gewenste minimum temperatuur in, waarna de FCU binnen de grenzen van de ingestelde ventilatorsnelheden de betreffende ruimte op de ingestelde temperatuur houdt. Bij een stijgende ruimtebelasting (intern en/of extern) zal de hoeveelheid ingeblazen lucht toenemen. Wanneer de ruimtebelasting daarentegen daalt zal de ingeblazen luchthoeveelheid afnemen. Wanneer de ruimtebelasting verder afneemt zal de regelaar de afsluiter van de koelbatterij sluiten. Bij nog verdere daling van de belasting zal de regelaar de afsluiter van de naverwarmingsbatterij openen zodat de toevoerlucht opwarmt en zodoende de ruimte op temperatuur blijft.

Luchtdistributie

Het uiteindelijke thermisch comfort in de ruimte wordt, naast de juiste op interne- en externe belasting afgestemde luchthoeveelheid en inblaastemperatuur, bepaald door het type inblaasrooster. Indien er meerdere ventilatorsnelheden zijn aangesloten dient er bij de roosterselectie rekening gehouden te worden met het minimale en maximale luchtvolume ter voorkoming van "dumping", onvoldoende doorspoeling of te hoge luchtsnelheden in de bezette zone.
Naast het selecteren van de juiste modelgrootte is ook de positie van het rooster in het plafond bepalend voor de juiste luchtdistributie.

Regelkarakteristiek

De regelkarakteristiek van de ventilatorconvector is verdeeld in zes stappen (snelheden) van minimum naar maximum. In de praktijk is dit regelbereik niet mogelijk aangezien geen enkel rooster een dergelijk groot werkingsbereik heeft. Het praktische regelbereik van een ventilatorconvector is derhalve drie, elkaar opvolgende, ventilatorsnelheden.

Systeembeoordeling

· Individueel regelbaar
· Hoog comfortniveau
· Groot regelbereik
· Laag geluidsniveau
· Geringe afmetingen
· Eenvoudige montage
· Flexibele indeling
· Lange levensduur 
· Opgenomen in netwerk
· Eenvoudige koppeling met LEM en andere gebouwgebonden systemen middels LON
· Standaard overwerk regeling