A+ R A-

Normen en eisen Luchtverdeeltechniek

Criteria voor thermisch comfort

Bovenstaande norm / richtlijn is gebaseerd op de menselijke beoordeling van het thermisch binnenklimaat en van de hinder veroorzaakt door tocht. De Duitse DIN 1946 is een veel geraadpleegde norm, mede in verband met de eisen voor meetinstrumenten en meetprocedures die erin worden vermeld. De norm definieert bovendien een verblijfszone.
Bovenstaande norm / richtlijn is gebaseerd op de menselijke beoordeling van het thermisch binnenklimaat en van de hinder veroorzaakt door tocht.
De Amerikaanse ANSI/ASHRAE 55a is een veel geraadpleegde norm, mede in verband met de eisen voor meetinstrumenten en meetprocedures die erin worden vermeld. Deze norm definieert bovendien een verblijfszone.
Bovenstaande norm / richtlijn is gebaseerd op de menselijke beoordeling van het thermisch binnenklimaat en van de hinder veroorzaakt door tocht. In de NEN-EN-ISO 7730 worden drie begrippen geïntroduceerd:

  • DR Draught Rating: het percentage mensen gehinderd door tocht
  • PMV Predicted Mean Vote: de beoordeling van het thermisch binnenklimaat
  • PPD Predicted Percentage of Dissatisfied: het percentage ontevredenen over dit binnenklimaat

Er bestaat een vaste relatie tussen de PMV-waarde en het PPD. Wanneer de PMV zich bevindt tussen de aanbevolen grenzen -0.5 en +0.5 zal het daarbij behorende PPD minder dan 10% bedragen. Het percentage ontevredenen is in dit model echter nooit lager dan 5%.
De norm beveelt een maximum van 15% aan voor de DR. Voor de bepaling van de DR moet de turbulentie-intensiteit (Tu) van de luchtsnelheid worden gemeten. De Tu betreft de mate van schommeling van de ware luchtsnelheid rond de gemiddeld gemeten luchtsnelheid. De turbulentie-intensiteit en de temperatuur bepalen de toelaatbare gemiddelde luchtsnelheid volgens getoonde grafiek. Uitgangspunt hierbij is dat 15% van de aanwezigen 'gehinderd' mag zijn.

NEN-EN-ISO 7730: "PPD - PMV - DR" grafiek, het percentage 'ontevredenen' in een ruimte (afbeelding opnemen)
Bij bijvoorbeeld een vertrektemperatuur van 25°C is de toelaatbare snelheid: volgens kromme "Tu=10%" :0.28 m/s, volgens kromme "Tu=20%" :0.23 m/s, volgens kromme "Tu=40%" 0.18 m/s en volgens kromme "Tu=60%" 0.16 m/s. Metingen volgens deze norm kunnen in de klimaatkamer van HC Barcol-Air worden uitgevoerd. Hiervoor is het essentieel dat de nauwkeurigheid en de responsiesnelheid van de luchtsnelheidsmeters voldoen aan de NEN-EN-ISO 7726 (zie onder).

In bijlage D van de ISO 7730 worden de condities vermeld, voor zowel de wintersituatie (stookseizoen) als de zomersituatie (koelseizoen), waarmee meer dan 80% van de mensen het thermisch binnenklimaat acceptabel vindt. Bij een juiste roosterselectie zal in het algemeen aan de vermelde eisen met betrekking tot de luchtsnelheid en de temperatuurverdeling in de verblijfszone worden voldaan.

In bijzondere gevallen wordt veelal een installatieconcept getest in de klimaatkamer van HC Barcol-Air, waardoor het mogelijk is het ontwerp te toetsen en waar nodig te optimaliseren. Dit verschaft op voorhand zekerheid over het te verwachten thermisch binnenklimaat. Indien eveneens aan de aanbevelingen
met betrekking tot stralingsasymmetrie wordt voldaan (dit wordt bepaald door middel van een berekening aan de hand van de bouwkundige gegevens) dan zal de resulterende PMV-waarde zich bevinden tussen de -0.5 en +0.5. Het daarbij behorende PPD bedraagt dan minder dan 10%.

Turbulentie-intensiteit: de mate van schommeling van de ware luchtsnelheid rond de gemiddeld gemeten luchtsnelheid (afbeelding opnemen)

Bovenstaande norm / richtlijn is gebaseerd op de menselijke beoordeling van het thermisch binnenklimaat en van de hinder veroorzaakt door tocht. Deze Europese ontwerpnorm geeft drie kwaliteitsniveaus voor het binnenklimaat. Voor een hogere kwaliteit moeten de bepalende grootheden voor de luchtkwaliteit, het thermisch en het akoestisch binnenklimaat binnen nauwere toleranties vallen. Naast richtlijnen voor het thermisch binnenklimaat worden ook de eisen ten aanzien van de luchtkwaliteit en de akoestiek gegeven.
Bovenstaande norm / richtlijn is gebaseerd op de menselijke beoordeling van het thermisch binnenklimaat en van de hinder veroorzaakt door tocht. Deze norm legt de eisen vast waaraan de meetinstrumenten en -procedures ter beoordeling van het thermisch binnenklimaat moeten voldoen.

Normen en eisen Brandveiligheid

Criteria voor thermisch comfort
De normen die volgens het Bouwbesluit van toepassing zijn op de brandwerendheid van kanalen zijn de volgende:
  • NEN 6076  Brandwerendheid van een ventilatiekanaal zonder brandklep
  • NEN 6077 Brandwerendheid van een ventilatiekanaal voorzien van een brandklep

Deze normen zijn echter vervangen door Europese normen, en wel de volgende:
Deze norm beschrijft de testmethode voor het experimenteel bepalen van de brandwerendheid van een kanaal door een vloer of wand. Gedurende de test wordt het kanaal bij een druk van 25 Pa blootgesteld aan een zogenaamde normaalbrand. Dit is een gestandaardiseerde brand, welke volgens een bepaalde curve verloopt.  Het kanaal wordt beoordeeld op isolatie, integriteit en lek.
Deze norm beschrijft de testmethode voor het experimenteel bepalen van de brandwerendheid van een brandklep in een kanaal door vloer of wand. Gedurende de test wordt het de brandklep, gemonteerd in een kanaal, bij een verschildruk van 300 Pa blootgesteld aan een zogenaamde normaalbrand.
De brandklep wordt eveneens  beoordeeld op isolatie, integriteit en lek. Verder wordt de brandklep beoordeeld op mechanische constructie door middel van het 50 maal openen en sluiten van de klep.